admin

Feedback geven? Niet doen!

  • “Zo doen wij dat hier nu eenmaal…”
  • “Ja, als ik het aan het secretariaat vraag dan duurt het uren, ik doe het zelf wel.”
  • “Zij van kwaliteitsbewaking frustreren het proces alleen maar!”
  • “Ik kan maar beter niets zeggen; als ik wel wat zeg gebeurt er toch niks mee.”

Zomaar wat voorbeelden van hoe er in organisaties gekeken wordt naar collega’s, werkwijzen, taakopvatting, samenwerking of eigen functioneren. Hardnekkige beelden, vol overgave verwoord. Maar ook beelden waar louter betrokkenheid uit spreekt en goede bedoelingen aan ten grondslag liggen. Wanneer het een team lukt dit soort beelden op een constructieve manier in te zetten, ontstaat er een stevige basis voor een veel beter functionerend team.

In een MT dat ik begeleidde ontstond een enorme discussie tussen het hoofd van de afdeling verkoop en het hoofd van de afdeling productie. Verkoop snapte in de ogen van Productie niet wat precies het aanbod aan de klant was. Productie was volgens Verkoop veel te star in zijn opstelling. Het ging er fel aan toe. Maar waren het daarmee ook nare types? Welnee. Beide mannen waren juist erg betrokken met hart voor de zaak. Aan de hans was dat het klassieke beeld van onbegrip tussen de twee afdelingen met elk incident versterkt werd. Hoe gaat zoiets? Iedere kort-door-de-bocht-order die Verkoop sloot bevestigde bij Productie het reeds bestaande beeld. De interpretatie van de acties van Verkoop, kostte maar bar weinig tijd: ‘Zie je nou wel!’

Vicieuze cirkel

Wat te doen? De enige manier om deze vicieuze cirkel te doorbreken is om de beelden die ten grondslag liggen aan ons gedrag flink aan te pakken. En nog preciezer, ook de goede bedoelingen die achter de beelden zitten. We kunnen wel feedback gaan geven: ‘Ik wil graag dat jij meer openstaat voor mijn ideeën!’, maar dat wordt al snel gehoord als ‘ Ik wil dat je doet wat ik zeg!’

En dus heeft de hierboven genoemde Hoofd Verkoop zijn collega van Productie een dag meegenomen naar klanten. Zo sneed het mes aan twee kanten. Het Hoofd Productie kon zijn beelden over “snelle niets ontziende verkopers met alleen maar oog voor de centen” bijstellen. En het Hoofd Verkoop kreeg van het hoofd Productie allerlei handige alternatieven aangeboden die ze konden produceren en verkopen.

Voorbij het beeld en expliciteren. Investeer tijd, kom uit de loopgraven en ga op onderzoek uit. Want expliciteren is het begin van accepteren en waarderen. En dat is weer het begin van lekker lopende, goed presterende teams.

Een ministerscitaat: ‘Elk kabinet heeft een eigen gevoel. Het eerdere kabinet kreeg vanaf het begin veel kritiek, wat een hechte band schiep. Wij dachten “we kunnen het toch nooit goed doen, dus laten we maar doen wat we willen.” Dat is een heel bevrijdend gevoel.’

Wie denk jij dat het is? Als we alle diversiteitsdeskundigen mogen geloven die meer vrouwen aan de top willen, is dit een vrouw. Vrouwen zijn immers kampioen gevoel, en geen enkele man zal zich op zo’n manier uiten in een team. Dat zijn allemaal ego’s die elkaar van de apenrots duwen.

Maar dit is niet gezegd door een vrouw. Dit citaat is van onze minister van Sociale Zaken, Piet Hein Donner. Van hem kun je veel zeggen, maar hij valt met goed fatsoen niet voor een vrouwelijk uitgevallen minister uit te maken. Wel voor een consciëntieus teamlid, iemand die zijn taak meer dan serieus neemt. Het citaat geeft dan ook vooral inzicht in de persoonlijkheid van onze minister.

In teams is het feit of je een man of een vrouw bent, jong of oud, Nederlander of Chinees, veel minder relevant dan de persoonlijkheid die je meebrengt. De man die dat als een van de eersten onderkende was Meredith Belbin. Hij ontdekte dat teams die bestaan uit teamleden met verschillende persoonlijkheden meer resultaten boeken. Het gaat er in teams dus om psychologische verschillen volop te benutten en beslist niet om een teamlid aan te spreken op gender, culturele achtergrond of leeftijd.

Belbins acht teamrollen geven woorden aan de bijdrage die iemand levert in het team. Met zijn scherpe oog voor details is Donner een prachtig voorbeeld van de teamrol Zorgdrager. Geen wonder dat deze minister tussen de dossiers door graag maquettes bouwt. Ieder teamlid beschikt over twee á drie teamrollen die je kunt vaststellen met de uitgebreide testseries van Belbin. Ieder team bezit dus verschillende teamrollen, die, als ze bekend zijn in het team, leiden tot betere samenwerking en dus betere prestaties.

Natuurlijk moeten we streven naar een evenwichtiger verdeling van mannen en vrouwen in teams, gewoon omdat dat eerlijker is. En politiek correct. Maar voor het presteren van teams is het veel belangrijker te kijken naar een evenwichtige mix van persoonlijkheden. De teamrollen van Belbin zijn daar een praktische en doortimmerde toepassing van:

  • Bedrijfsman: harde werker, praktisch en nuchter, ziet wat haalbaar is en wat niet. Niet denken maar doen, vindt vernieuwingen nutteloos, star. Voorbeeld: Rita Verdonk
  • Brononderzoeker: extraverte netwerker, speels, enthousiast, joviaal, nieuwsgierig. Snel afgeleid en nonchalant. Voorbeeld: Claudia de Breij
  • Plant: introverte creatieve denker, origineel, levert buiten de kader oplossingen. Verstrooid en niet altijd even praktisch. Voorbeeld: Midas Dekkers
  • Monitor: bedachtzaam, kritisch, analytisch, doorgrondt dingen, inzicht en overzicht. Blijft te lang doorredeneren, koel en afstandelijk. Voorbeeld: Jac Orie
  • Vormer: gedreven, gepassioneerd en wilskrachtig. Sterke prestatiedrang. Weet dingen in beweging te krijgen. Snel geëmotioneerd en ongedurig. Conflictueus. Voorbeeld: Leco Zadelhof
  • Voorzitter: natuurlijke coördinator. Rustig, positief, ruimdenkend, licht manipulatief om doel te behalen, delegeert makkelijk en (te) veel. Voorbeeld: Job Cohen
  • Zorgdrager: consciëntieus, perfectionistisch, gedetailleerd, neusje voor wat mis kan gaan. Bewaker van kwaliteit en veiligheid. Heeft moeite met delegeren, ontmoedigt door teveel zorgen. Voorbeeld: Piet Hein Donner
  • Groepswerker: sociale antenne van het team, mensgericht, bevordert sfeer en saamhorigheid, mild, diplomatiek. Gaat conflicten uit de weg, neemt moeilijk beslissingen. Voorbeeld: Frans Bauer
  • Specialist: toegewijde vakman, stille en standvastige solist, bron van specialistische informatie. Defensief, gaat prat op eigen expertise, frustreert creativiteit. Voorbeeld: Ab Osterhuis

Zelf weten welke teamrollen jij hebt? Lees meer herkenbare voorbeelden en praktische tips in Leve het verschil! over hoe beter samen te werken met behulp van teamrollen of surf naar onze website www.werkenmetteamrollen.nl.

Enkele reis ellende

Het zijn veel bewogen weken die Maxime Verhagen en zijn CDA-fractie ons voorschotelde. Stappen we wel of niet in een regering met gedoogsteun van Geert Wilders? Achter de massief eiken fractiedeur vond een heus groepsdynamisch spektakel plaats. Ellenlange discussies, emotionele uitbarstingen, heuse dissidenten en groepsdruk, moeizaam geformuleerde compromissen.

De ‘dolle rit op een achtbaan’ (Verhagen) lijkt nu voorbij. Camiel Eurlings liet optekenen: “Ik heb er vertrouwen in dat Maxime en zijn team geen gekke dingen laten gebeuren”.

Maxime en zijn team. Kan er in dit geval al (of nog) gesproken worden van een team? Ik denk het niet. Twee dissidenten stonden onder immense druk om in te stemmen met de gedoogconstructie. Na eindeloos beraad zijn de twee overstag, maar daags na het moeizaam bereikte akkoord staan ze de pers opnieuw strijdvaardig te woord.

Naar het fenomeen groepsdruk is veel onderzoek gedaan. Al in de 70-er jaren toonde Solomon Asch in verschillende experimenten aan dat mensen hun mening aanpassen aan die van een grotere meerderheid. Dat ging zover dat mensen ook een feitelijke correcte mening aanpaste aan de feitelijk incorrecte mening van de meerderheid. Vanuit de korte termijn geredeneerd is dit logisch. Zeker in een nieuwe (immers gehalveerde) groep, zoals de CDA-fractie, gaan mensen ver om erbij te mogen horen. De vraag is dan ook hoe het de dissidenten vergaat als de tijd verstrijkt. Als ze signalen blijven ontvangen die hen zal bevestigen in hun eerder geformuleerde mening waarvan ze onder druk afstand hebben gedaan.

Een mogelijkheid is die van de cognitieve dissonantie. Dit is een psychologisch fenomeen waarin mensen onder druk hun mening herzien en om vervolgens hun gedrag hierop aan te passen. Als je bijvoorbeeld kunt kiezen uit twee huizen en je moet om prijstechnische redenen kiezen voor het huis dat je het minst mooi vindt, dan zul je vervolgens allerlei argumenten gaan zoeken en vinden die bevestigen dat het minder mooie huis toch eigenlijk veel beter bij je past, een betere ligging heeft enzovoorts. Je houdt jezelf met andere woorden voor de gek om je gevoel van spanning weg te krijgen.

Vermoedelijk zal dit mechanisme bij de twee dissidenten niet in werking treden. Daarvoor zijn er teveel bezorgde CDA-ers die hen zullen blijven stimuleren hun oorspronkelijke mening vast te houden. Waarschijnlijker is dat de twee dissidenten beschadigd en boos zijn. Ooit zullen ze de fractie terugpakken voor alles wat er over hen is gezegd, zoals dat ze verraders zijn, en wat ze is aangedaan achter die massieve deur.

Het wachten is op een geschikt inhoudelijk moment. Dat moment gaat komen. Zo werken nou eenmaal de groepsdynamische wetten. CDA-fractie een team? Nee.

In the good old seventies mocht je nog gewoon hele enge sociaal psychologische experimenten doen, zonder dat er een haan naar kraaide. Bekende voorbeelden zijn het Stanford gevangenisexperiment van Zimbardo en die van Milgram waarin nepdeelnemers stroomstoten toegediend kregen. Dat mag (gelukkig) niet meer om begrijpelijke ethische redenen. Tv-programma’s zoals Big Brother en Expeditie Robinson, gebaseerd op dit type experimenten, blijken keer op keer grote hits.

De Chileense mijn is, onbedoeld en ongewild, een nieuw sociaal psychologisch experiment. 33 Mijnwerkers (kompels) zitten zeker drie, maar misschien wel vier maanden, ondergronds vast in afwachting van een tunnel die gegraven moet worden om hen te redden. Volgens de eerste berichten gaat het redelijk goed ze. Zo doorstonden ze de eerste beproeving, overleven, door samen 17 dagen een noodrantsoen te delen, dat bedoeld was voor 2 tot 3 dagen. Nu begint het grote wachten. De kompels krijgen door een buis eten (vloeibaar), water en zelfs kleine bijbeltjes en wijn. Allerlei hulptroepen staan klaar om hen bij te staan. Zelfs specialisten van de NASA. Het is mooi dat de NASA haar kennis ter beschikking wil stellen. Er zijn alleen wel twee cruciale verschillen tussen een zelfgekozen ruimtereis en een ongewild verblijf onder de grond.

Allereerst is het zo dat astronauten voorbereid zijn op hun isolement. Ze trainen erop en ook op het optreden van onverwachte omstandigheden. De kompels waren niet getraind en niet voorbereid. Zij weten niet wat hen te wachten staat tijdens hun verblijf onder de grond. Een tweede verschil is dat de astronauten taken hebben. Hun isolement heeft een gezamenlijk doel en kent talloze routines en nuttige tijdsbesteding. Voor de kompels ligt dat anders. Hun belangrijkste doel is overleven en proberen niet gek te worden. Daar is weinig gezamenlijks aan. Er zijn ook nauwelijks taken te verdelen, behalve minimale activiteiten om de ruimte leefbaar te houden. In de eerste berichten horen we dat de kompels spelletjes doen, grappen maken en het volkslied zingen. Dat houd je geen maanden vol.

Het is voor de kompels en hun welzijn van belang dat er naast de aandacht voor het individuele welzijn ook aandacht komt voor het welzijn van de groep. We weten uit de groepsdynamica dat er na een eerste fase waarin de groep bezig is met het formuleren van het bestaansrecht, een fase komt waarin er strijd komt, kleine irritaties groot aandoen, en subgroepen ontstaan waarin gestreden wordt om de macht: wie bepaalt wat er gebeurt, wie krijgt de beste slaapplaats, naar wie wordt er geluisterd.

Wat helpt is als er een duidelijk doel en een duidelijke taak en taakverdeling is.

De kompels weten dit vermoedelijk niet. De fase van strijd zal hen overvallen zoals het hen overviel dat de mijn instortte. Het helpt als hen wordt uitgelegd wat ze nog kunnen gaan verwachten. Daarnaast moeten de kompels betekenisvol werk krijgen. Het liefst met een gezaghebbend persoon zoals bijvoorbeeld de Chileense president als opdrachtgever.

De komende weken gaan ons veel leren over de dynamiek van groepen. Laten we hopen dat dit leren niet ten koste gaat van de mensen in de mijn.

Dit blog verscheen eerder op howtomanage

Talent benutten loont!

Feit 1: Mensen die doen waar hun talenten liggen blijven gezonder.

Feit 2: Teams presteren beter wanneer de talenten van de teamleden goed benut worden

En toch doen in veel teams teamleden niet het werk dat past bij hun talent.

Neem Simone. Simone werk al jaren in het team schadebehandeling Particulieren van een grote verzekeringsmaatschappij. Nauwgezet werkt ze aan schademeldingen. Haar manager is dik tevreden met Simone, maar minder met het team. Hij vindt ze te afwachtend en weinig initiatiefrijk. In het team weet niemand dat Simone in haar vrije tijd fanatiek tennist en voorzitter is van de plaatselijke tennisclub. In die functie laat zij heel andere talenten van zichzelf zien. Hoe kan het nu dat Simone talenten die ze heeft en die het team goed kan gebruiken niet inzet in het team?

In mijn werk als teamconsultant werk ik graag met de Teamrollen van Belbin. De Teamrollen brengen haarfijn in beeld welke talenten een team in huis heeft. Ze geven ook inzicht in welke verborgen talenten er zijn. Talenten die er gewoon zijn, maar niet worden benut. De ondernemende kwaliteiten van Simone zouden met behulp van een Teamroltest ongetwijfeld aan het licht komen.

Hoe komt het nu dat aanwezige talenten niet worden benut? Vaak omdat ze simpelweg niet herkend worden. Of ze worden onvoldoende gewaardeerd omdat de (vaak teveel) aanwezige talenten de norm vormen. Als er in een team heel veel daadkrachtige, ondernemende mensen zitten, dan zal de analytische denker al snel als zonderling worden weggezet. Die talenten raken dan ondergesneeuwd en worden alleen nog ingezet in privésituaties. Wij komen maar al te vaak mensen tegen die zeggen ‘thuis ben ik heel anders dan op mijn werk’. Die zin is een belangrijk signaal voor het opsporen van verborgen talent.

Wil je je team, je organisatie en je teamleden een dienst bewijzen: zaklamp aan en op zoek naar al dat verborgen of ondergewaardeerde talent! Het is al in huis.

Succes valt of staat met samenstelling team

In één week kocht Real Madrid de voetballers Christiano Ronaldo en Kaká, samen voor zo’n 159 miljoen euro. Eerder al liet voorzitter Florentino Pérez weten nog eens een slordige 300 miljoen euro te investeren. In een voetbalelftal, let wel. Pérez lijkt hard op weg het beste voetbalelftal ter wereld gewoon te kopen. Lijkt…. Want: is een team samengesteld uit de beste spelers ook daadwerkelijk het beste, en daarmee winnende, team?

Nee. Niet noodzakelijkerwijs. Het succes valt of staat met de juiste samenstelling van dat team. Van doorslaggevend belang is dat er naast de dominante, sterke persoonlijkheden, ook dienenende spelers zijn. Waterdragers, die hun persoonlijke glorie ondergeschikt maken aan het collectieve succes. Voetballers van pak ‘m beet 30 miljoen euro (een koopje!) die zonder morren op de bank willen gaan zitten. Hetzelfde recept is al jaren succesvol in de wielrennerij. Je hebt daar kopmannen en knechten. De knecht haalt water voor de kopman, houdt hem uit de wind en brengt hem terug naar het peloton als hij lek is gereden. Als er in een wielerploeg teveel kopmannen zijn, ontstaat ook daar gedoe. Let maar op straks in de Tour de France als Lance Armstrong en Alberto Contador alle twee goede benen blijken te hebben.

Tientallen jaren terug deed de Engelse wetenschapper Meredith Belbin al onderzoek naar de samenstelling van winnende teams. Hij ontdekte dat naast vakinhoudelijke kwaliteiten (lees: goed kunnen voetballen) een goede mix van persoonlijkheden bepaalt of een team wint of verliest. En een overdosis van dezelfde persoonlijkheden leidt tot gedoe. In het veld is dat meteen zichtbaar aan de woordenwisselingen over wie de vrije trap mag nemen, of aan een speler die vloekend en scheldend de kleedkamer opzoekt na (weer) een keer te zijn gewisseld.
Belbin ontdekte ook dat een juiste koppeling van de kwaliteit van de speler en zijn persoonlijkheid het succes ook vergroot. Denk aan Clarence Seedorf die door verschillende bondscoaches werd gebruikt als dienende rechtsbuiten. Dat werkte niet. Het resultaat? Een van de beste spelers die Nederland rijk is speelt niet voor het Nederlands elftal.
Hoe zou het zijn geweest als diezelfde bondscoaches Seedorf wel om zijn leiderschapskwaliteiten hadden erkend?

Belbin’s onderzoek bewijst het ongelijk van analisten als Johan Cruijff die steeds maar weer beweren dat de beste spelers in het veld moeten staan. Nee dus! Het gaat om de beste mix van persoonlijkheden en hun voetbaltalent. De lessen van Belbin hebben hun waarde allang bewezen. Teams in het bedrijfsleven profiteren dagelijks van zijn adviezen. Zijn boeken horen bij de best verkopende managementboeken. Misschien doet Florentino Pérez er goed aan nog snel even de oude meester te consulteren alvorens de volgende miljoenen uit te geven.

Zoeken we echt vrouwelijke managers?

Steeds weer duiken er in de media berichten op waarin het betreurd wordt dat het aantal vrouwen aan de top niet genoeg groeit. Zo kopte de Volkrant op 20 augustus ‘ Opmars van topvrouw gaat traag’. Er is haast sprake van een heilig moeten: het is noodzakelijk dat er meer vrouwen op hoge posities in bedrijven komen. Maar waarom eigenlijk? Die vraag zie ik zelden naar behoren beantwoord.

Ja, het is zeker politiek correct om de opmars van vrouwen toe te juichen. Je kunt sowieso moeilijk tegen zoiets zijn, maar dat terzijde. De minderheidspositie van de vrouw vraagt blijkbaar om een flinke correctie. Maar waarom lees ik dan nooit iets over de afwezigheid van allochtonen? Of over de aanpassing van boardrooms aan gehandicapten? Die stralen ook door afwezigheid in de top van organisaties. Gaat het toejuichen van meer vrouwen aan de top dan simpelweg gaan toch over beeld? Zoiets plats als: het is nu eenmaal leuker als er tussen die grijze krijtstrepen ook wat mantelpakjes opduiken. Nee, zo plat is de kwaliteitspers vast niet.

Het antwoord dat opduikt is vrijwel altijd dat vrouwen bepaalde kwaliteiten toevoegen aan managementteams die als typisch mannelijk worden beschouwd. Vrouwen zijn communicatief sterker zijn, empathischer en ze brengen emoties binnen in de door ratio (of zelfs testosteron) gestuurde managementteams. De grote vraag is dan natuurlijk: moeten we ons op sexe concentreren of is onze energie beter besteed als we onderzoeken hoe we managementteams aanvullen met complementaire kwaliteiten? Dus los van het gegeven of het nou een man of een vrouw is die de missende kwaliteiten heeft.

Een betere krantenkop zou naar mijn idee dan ook zijn: ‘Meer gevoel in de top nodig’. En dat kan prima een vrouw zijn, maar net zo goed een man.

Lessen uit de sport

Op het congres spraken onder andere wondercoach Guus Hiddink en zijn basketbalevenknie Ton Boot. Zo gaandeweg de dag tekende ik een aantal waarheden op kenmerkend voor hoe er in de sport naar teams en de ontwikkeling daarvan wordt gekeken.

Een overzicht:

  • De coach is de norm. Spelers hebben zich daaraan aan te passen.
  • Tevredenheid is ondergeschikt aan resultaten. Als er resultaten zijn komt de tevredenheid vanzelf.
  • Persoonlijke doelen mogen nooit de teamdoelstellingen overstijgen (hier werd de naam van een voetballer genoemd, maar ja, die geheimhouding….)
  • Als iemand niet bijdraagt aan het team moet hij eruit.
  • En over het omgaan met verschillende persoonlijkheden en culturen: ‘Ik pas me niet aan, dat is nergens goed voor’

Duidelijke taal, gebezigd door coaches die tot de meest succesvolle van hun sport gerekend worden. Hoezo luisteren naar je teamleden? De coach is in alles de baas, doelen zijn heilig. Met deze boodschap verdienen de coaches overigens aardig bij in het bedrijfsleven met deze visies op hedendaags leidinggeven. Sport staat dan parallel voor het bedrijfsleven. Wat te doen nu, als je je als manager luistert naar deze successtories van de Nederlandse sport? Klopt de parallel en is het vanaf nu dan klaar met het situationeel leidinggeven? Behoort het streven naar eigen verantwoordelijkheid tot het verleden?

Ik denk het niet. Het is weliswaar verleidelijk de lessen uit de sport te plakken op teams in het bedrijfsleven. Maar er is echt een levensgroot verschil. Voor ieder sportteam is het klip en klaar waarom het op aarde is. Om de wedstrijd te winnen. Als de wedstrijd verloren gaat, moet het team beter zijn best doen en de volgende wedstrijd winnen.

Door deze eendimensionale doelstelling is het ook betrekkelijk eenvoudig om de bijdrage van de spelers meetbaar te maken: hoe vaak scoorde de spits, hoe vaak werd de verdediger gepasseerd (dat is dan dus niet goed). De taakverdeling komt voort uit de door de trainer gekozen strategie om het doel te bereiken.

Zo simpel is het helaas niet in het bedrijfsleven. Want zegt u eens eerlijk: Hoe helder zijn de doelstellingen van uw team? En hoe duidelijk is de bijdrage van uw spelers aan het realiseren van die doelstellingen? Ik vermoed dat er heel wat lezers zijn die zich een flinke tijd met deze vragen kunnen bezighouden. Wat we wel kunnen meenemen uit de vergelijking met sport is dat een scherp geformuleerde doelstelling vertaalt naar resultaten, maakt dat beter te zien is hoe het team presteert en op weg is te winnen.

Over de groepsdynamica van onze regering.

Balkenende blijft, back to business zou je zeggen. Maar zo eenvoudig zal dat niet zijn. Door de openlijke flirt van Balkenende met Brussel is de groepsdynamica binnen het kabinet weer volop in beweging.

Anders dan teams in het bedrijfsleven is de groepsdynamica van een kabinet vrij voorspelbaar. Na de eerste aftastende fase vindt men een modus hoe met elkaar om te gaan en die modus blijft zo’n vier jaar in stand tot de volgende verkiezing. Als de modus niet volstaat valt het kabinet. Inhoudelijke meningsverschillen zegt men dan.

Teams in het bedrijfsleven kennen vaak een minder voorspelbaar bestaan. Teamleden komen en gaan en daardoor zullen teams steeds zich opnieuw moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Elke keer dat er in een team veranderingen in de samenstelling optreden zullen de teamleden zich opnieuw moeten committeren aan het team, de teamdoelstellingen en de manier van werken. Gebeurt dat niet, dan zal het team suboptimaal functioneren.
De voorspelbare modus van het kabinet is door het mogelijke vertrek van Balkenende weggevallen. De getrouwen van Balkenende zullen zich hebben afgevraagd hoe het vertrek van hun leider op te vangen, Maxime Verhagen zag zich al zitten in het Torentje en de opponenten van Balkenende hoopten op nog twee mooie jaren in een opgefrist kabinet.

Dat gaat dus allemaal niet door. En de vraag is nu wat de consequenties zijn. Heeft Balkenende aan gezag ingeboet doordat zijn missie is mislukt en er nu dus twijfel is aan zijn commitment? Of is zijn positie misschien versterkt nu hij toch wel mooi kanshebber was op een Europese topfunctie? En wat zal dit betekenen voor de leden van het kabinet? Donner kan gerust ademhalen, zijn JP blijft. De modeltreintjes kunnen weer uit de kast. Maar Maxime Verhagen dan. Niets gevaarlijker voor een team dan een teamlid dat aan de macht heeft geroken en daarna weer terug in de kast moet. Zal hij het leiderschap van Balkenende kunnen accepteren?

Duidelijk is dat de verhoudingen niet meer zijn wat ze een paar maanden geleden waren. Met een aantal hoofdpijnbeslissingen voor de boeg staan ons als toeschouwers nog boeiende tijden te wachten.

Back to business? Ik dacht het niet.

© 2011 | jaco van der schoor vormgeving: gebr.nl